Aanmelden
Boekhouder Amsterdam | Boekhouder Aalsmeer | Boekhouder Almere | Boekhouder Den Haag | Boekhouder Rotterdam

Monthly archive for juni 2021

Overschrijding redelijke termijn bij instemming met uitstel uitspraak bezwaar

Wanneer de redelijke termijn van behandeling van een bezwaar of (hoger) beroepschrift wordt overschreden, heeft de belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade. Voor de fase van bezwaar tot en met beroep bij de rechtbank geldt een redelijke termijn van twee jaar. De redelijke termijn van behandeling kan worden verlengd door bijzondere omstandigheden.

Volgens Hof Den Haag vormt het instemmen met verder uitstel van de uitspraak op bezwaar een bijzondere omstandigheid waardoor de redelijke termijn wordt verlengd. De beslistermijn op het bezwaar werd, met instemming van de belanghebbende, aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen van het Hof Den Bosch door het Hof van Justitie EU. Omdat in de visie van het hof de redelijke termijn niet was overschreden had de belanghebbende geen recht op immateriële schadevergoeding.

De Hoge Raad maakt duidelijk dat de enkele instemming met verder uitstel geen bijzondere omstandigheid is. Het aanhouden van een bezwaarschrift in verband met prejudiciële vragen die aanhangig zijn bij het Hof van Justitie EU is wel een bijzondere omstandigheid. De in verband daarmee buiten beschouwing te laten periode vangt pas aan op het moment waarop de inspecteur de belanghebbende schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn beslissing om het bezwaarschrift aan te houden in afwachting van het antwoord op prejudiciële vragen en eindigt op de dag van de openbaarmaking van de prejudiciële beslissing door het Hof van Justitie EU.

In deze casus heeft de inspecteur de belanghebbende op 11 september 2014 in kennis gesteld van zijn beslissing om de bezwaarschriften voor 2010 en 2011 aan te houden in afwachting van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie EU. Die beslissing heeft het Hof van Justitie EU op 9 september 2015 gegeven. De redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar tegen de aanslag 2010 is aangevangen op de dag waarop de Belastingdienst het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat was 13 maart 2013. De termijn is geëindigd op 30 juli 2019, de dag waarop de rechtbank uitspraak heeft gedaan. Van deze periode van zes jaar en vijf maanden blijft een jaar buiten beschouwing in verband met de termijn van beantwoording van de prejudiciële vragen. Dat betekent dat de redelijke termijn met drie jaar en vijf maanden is overschreden. De redelijke termijn voor het bezwaar tegen de aanslag 2011 is begonnen op 27 maart 2014 en geëindigd op 30 juli 2019. Ook van deze periode van vijf jaar en vijf maanden blijft een jaar buiten beschouwing. De redelijke termijn is overschreden met twee jaar en vijf maanden.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2021826, 20/02902 | 03-06-2021

Registratiekosten hypotheek aftrekbaar

De rente en de kosten van geldleningen, die zijn aangegaan voor de financiering van de eigen woning, zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Kosten van geldleningen zijn de kosten die samenhangen met de financiering van de eigen woning, zoals taxatiekosten, afsluitprovisie, hypotheekaktekosten, etc. De eigen woning kan in het buitenland zijn gelegen.

Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant behoort de Belgische registratiebelasting tot de kosten van geldleningen, die behoren tot de eigenwoningschuld. De registratiebelasting is verschuldigd bij de verplichte inschrijving van een hypotheekakte. In België is de inschrijving van de hypotheekakte vereist om het recht van hypotheek te kunnen vestigen. Zonder de vestiging van het recht van hypotheek kan geen hypotheeklening worden verkregen. De procedure had betrekking op een in België gelegen eigen woning.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBZWB20212535, BRE 20/6295 | 20-05-2021

Aanpassing uitkeringsbedragen per 1 juli 2021

De uitkeringsbedragen van diverse sociale verzekeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. In verband met de halfjaarlijkse aanpassing van het wettelijk minimumloon worden diverse uitkeringsbedragen per 1 juli 2021 aangepast.

Algemene nabestaandenwet

De bruto-nabestaandenuitkering bedraagt:

  • voor een nabestaande die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt € 1.250,16;
  • voor een nabestaande die een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende voert € 785,54;
  • voor een nabestaande die met één of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft € 785,54.

De bruto-wezenuitkering bedraagt:

  • voor een kind jonger dan 10 jaar € 400,05;
  • voor een kind van 10 jaar of ouder maar jonger dan 16 jaar € 600,08;
  • voor een kind van 16 jaar of ouder maar jonger dan 21 jaar € 800,10.

Algemene Ouderdomswet

Het bruto-ouderdomspensioen bedraagt:

  • voor een alleenstaande € 1.275,39; en
  • voor een gehuwde of samenwonende € 863,66.

Beslagvrije voet

De beslagvrije voet van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedraagt maximaal:

  • voor een alleenstaande € 1.664,51;
  • voor een alleenstaande ouder € 1.782,62;
  • voor gehuwden zonder kinderen € 2.203,77; en
  • voor gehuwden met kinderen € 2.321,89.
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | 2021-0000075408, Staatscourant 2021, Nr. 27619 | 02-06-2021

Rusland zegt belastingverdrag met Nederland op

Verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing kunnen eenzijdig worden beëindigd met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste zes maanden voor het verstrijken van een kalenderjaar. Rusland heeft het bestaande verdrag opgezegd, waardoor dit verdrag per 1 januari 2022 zal worden beëindigd. Vanaf 1 januari 2022 kan onder omstandigheden een beroep op het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 worden gedaan. Dit is een eenzijdige Nederlandse regeling, waarin voor een aantal situaties en onder voorwaarden wordt voorkomen dat inwoners van Nederland en in Nederland gevestigde bedrijven over hetzelfde inkomen tweemaal belast worden.

Nederland heeft vanaf 2014 onderhandeld met Rusland over een gedeeltelijke herziening van het verdrag. In januari 2020 is op ambtelijk niveau overeenstemming bereikt over deze herziening. Daarna heeft Rusland gevraagd om herziening van een aantal aanpassingen om onder het verdrag (hogere) bronbelastingen te kunnen gaan heffen om zo meer belastinginkomsten te realiseren.

Dit voorstel komt erop neer dat Rusland slechts bereid zou zijn om verdragsvoordelen onder strenge voorwaarden toe te kennen aan beursgenoteerde bedrijven. Bedrijven zonder beursnotering zouden niet meer in aanmerking komen voor verdragsvoordelen. Hiermee wordt onvoldoende rekening gehouden met de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Rusland liet geen ruimte voor onderhandeling. Nederland heeft het voorstel van Rusland tot herziening niet geaccepteerd.

Het belangrijkste gevolg van de opzegging van het verdrag is dat Rusland (hogere) bronbelastingen zal kunnen heffen op uitgaande dividend-, rente- en royaltybetalingen. Deze bronbelastingen komen zonder verdrag niet meer voor verrekening in aanmerking.

De staatssecretaris van Financiën benadrukt dat de Nederlandse inzet erop is gericht om nog dit jaar tot een oplossing te komen.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2021-0000103674 | 06-06-2021

Vergeet de uitstelregeling belastingschulden niet

Op 1 juli loopt de coronamaatregel voor uitstel van betaling van belastingschulden af. Tot die datum kunnen belastingplichtigen nog uitstel van betaling aanvragen voor belastingschulden die tot 1 juli 2021 zijn ontstaan. Schulden na 1 juli 2021 vallen (nog) niet onder de regeling. Dat betekent dat de aangifte loonheffingen of btw over het tijdvak juni 2021 weer gewoon volgens de oude regels moet worden betaald! Wel ligt er nog een motie in de tweede kamer om deze termijn met een kwartaal te verlengen tot 1 oktober 2021. 

Is er op basis van de oude regeling al verlenging van eerder verkregen uitstel gekregen, dan loopt het uitstel automatisch door tot 1 juli 2021. De opgebouwde belastingschuld hoeft dan niet meteen te worden afgelost. De aflossing start uiterlijk op 1 oktober 2022. De aflossingstermijn bedraagt 60 maanden. 

Ondernemers die eerder een aanvraag voor drie maanden hadden ingediend en na deze drie maanden niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen, dienen zélf om verlenging van het uitstel te vragen. Doen ze dit niet, dan lopen ze het risico om uitgesloten te worden voor de betalingsregeling van 60 maanden.

Bron: Overig Thu, 24 Jun 2021 00:00:00 +0100

Aanpassing verliesverrekening vennootschapsbelasting per 1 januari 2022

Het Belastingplan 2021 omvat onder andere een aanpassing van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting. Verliezen kunnen worden verrekend met de belastbare winst van het voorgaande jaar, de zogenaamde achterwaartse verliesverrekening, en met belastbare winsten van volgende jaren: de voorwaartse verliesverrekening. De aanpassing houdt in dat de voorwaartse verliesverrekening in de tijd onbeperkt is. Voor zover de verrekenbare verliezen meer bedragen dan € 1 miljoen worden deze verrekend tot een bedrag van 50% van de belastbare winst nadat die winst is verminderd met een bedrag van € 1 miljoen. Verliezen tot € 1 miljoen zijn volledig verrekenbaar. De achterwaartse verliesverrekening is beperkt tot het voorgaande jaar. Ook voor de achterwaartse verliesverrekening geldt de beperking voor verliezen boven een bedrag van € 1 miljoen. De aanpassing van de verliesverrekening gaat in per 1 januari 2022. De wijzigingen gelden voor verliezen uit boekjaren, die zijn aangevangen op of na 1 januari 2013 voor zover deze verliezen worden verrekend met belastbare winsten van boekjaren, die aanvangen op of na 1 januari 2022.

Het besluit tot inwerkingtreding van dit onderdeel van het Belastingplan is op 4 juni jl. in het Staatsblad gepubliceerd.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatsblad 2021, 257 | 03-06-2021

Afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven per 1 januari 2022 of 1 januari 2023

Onderdeel van het Belastingplan 2020 was de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven. Deze wet is aangenomen, maar nog niet in werking getreden in afwachting van de Subsidieregeling STAP-budget. De Subsidieregeling STAP-budget zal zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd, na de publicatie in het Staatsblad van het Koninklijk Besluit waarin wordt geregeld dat de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven per 1 januari 2022 inwerking treedt. Volgens de staatssecretaris van Financiën moet uiterlijk op 2 juli 2021 duidelijkheid bestaan of de fiscale aftrek van scholingsuitgaven per 1 januari 2022 wordt afgeschaft. Is dat niet het geval, dan kan deze aanpassing niet worden verwerkt in de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022. In dat geval worden de inwerkingtreding van de Subsidiereling STAP-budget en de afschaffing van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven uitgesteld tot 1 januari 2023. De Subsidieregeling STAP-budget zal worden uitgevoerd door het UWV en DUO. De definitieve besluitvorming over de inwerkingtreding van het STAP-budget vindt medio juni plaats.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | 2021-0000108563 | 03-06-2021

Nota van wijziging wetsvoorstel excessief lenen bij eigen bv

Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap in behandeling. De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging ingediend. Daarin wordt geregeld dat bij de bepaling van het bedrag aan schulden aan de vennootschap van een met de aanmerkelijkbelanghouder verbonden persoon ook rekening wordt gehouden met de schulden van diens partner. De mogelijkheden om de grondslag van de maatregel uit te hollen worden hierdoor beperkt.

In het wetsvoorstel is geregeld dat het fictieve vervreemdingsvoordeel dat in aanmerking wordt genomen bij emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder wordt verlaagd met het bedrag dat als negatief fictief regulier voordeel in aanmerking zou zijn genomen als de aanmerkelijkbelanghouder in Nederland was gebleven en zijn schulden had afgelost. Op deze wijze wordt economische dubbele heffing bij emigratie voorkomen. De nota van wijziging bevat een aanpassing voor de situatie waarin een buitenlandse belastingplichtige de werkelijke leiding van een vennootschap, waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, verplaatst uit Nederland en hij als gevolg daarvan geen aanmerkelijk belang meer heeft in een in Nederland gevestigde vennootschap.

Wanneer de werkelijke leiding van de vennootschap naar het buitenland wordt verplaatst, wordt dit aangemerkt als een vervreemding van het aanmerkelijk belang. Voor de belasting over het fictieve vervreemdingsvoordeel wordt een conserverende aanslag opgelegd. De grondslag van die conserverende aanslag wordt verlaagd met het bedrag dat als negatief fictief regulier voordeel in aanmerking zou zijn genomen als de aanmerkelijkbelanghouder de werkelijke leiding niet zou hebben verplaatst en hij zijn schulden zou hebben afgelost. Hierdoor wordt niet alleen bij emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder maar ook bij verplaatsing van de werkelijke leiding van de vennootschap uit Nederland economische dubbele heffing voorkomen.

Bij een buitenlandse belastingplichtige, die een aanmerkelijk belang heeft in meerdere vennootschappen in Nederland, wordt een eventuele verlaging van de grondslag voor de conserverende aanslag pas toegepast bij het vaststellen van de conserverende aanslag die wordt opgelegd bij verplaatsing van de werkelijke leiding van de laatste vennootschap uit Nederland. Als na de verplaatsing van de werkelijke leiding alleen nog een aanmerkelijk belang resteert in één of meer fictief in Nederland gevestigde vennootschappen wordt de grondslag voor de conserverende aanslag wel verlaagd.

In het wetsvoorstel is geregeld dat het uitstel van betaling voor een conserverende aanslag  inkomstenbelasting wordt beëindigd als een positief fictief regulier voordeel wordt genoten. Op grond van overgangsrecht geldt dit niet voor conserverende aanslagen, die zijn opgelegd naar aanleiding van belastbare feiten, die zich hebben voorgedaan voor 15 september 2015, 15:15 uur. Met de nota van wijziging wordt geregeld dat de maatregelen van het wetsvoorstel niet gaan gelden voor deze conserverende aanslagen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2021-0000074878 | 30-05-2021

Voorlopige hechtenis werknemer geen reden voor ontslag op staande voet

Werkgever en werknemer hebben de bevoegdheid om de arbeidsovereenkomst per direct op te zeggen om een dringende reden, het ontslag op staande voet. De partij die van deze bevoegdheid gebruik maakt, dient de reden voor de opzegging onverwijld mede te delen aan de wederpartij.

Wanneer de werkgever een werknemer op staande voet ontslaat, is het opzegverbod wegens ziekte niet van toepassing.

Ontslag op staande voet is een uiterste maatregel. Vanwege de verstrekkende gevolgen mag de werkgever daar pas een beroep op doen als van hem niet verlangd kan worden dat de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer voortduurt. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een dringende reden die ontslag op staande voet rechtvaardigt, moeten alle omstandigheden in aanmerking worden genomen. De aard en de ernst van de aangevoerde dringende reden moeten worden afgewogen tegen de door de werknemer aangevoerde persoonlijke omstandigheden.

Volgens de kantonrechter levert werkverzuim door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling in beginsel geen dringende reden op voor ontslag op staande voet. Dat geldt ook in geval van voorlopige hechtenis, zelfs wanneer het niet voor het eerst is dat de werknemer vastzit en hij eerder schriftelijk is gewaarschuwd vanwege ongeoorloofde afwezigheid. De kantonrechter kwam tot dit oordeel in een procedure van een werknemer die zijn werkgever pas tien dagen nadat hij was opgepakt liet weten dat hij in voorlopige hechtenis was genomen. Ondanks de eerdere waarschuwing vormt dit geen zodanige bijzondere omstandigheid dat van de hoofdregel dat werkverzuim wegens detentie c.q. voorlopige hechtenis geen dringende reden oplevert afgeweken dient te worden. Wel ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst wegens de opgetreden verstoring van de arbeidsrelatie. Voor de werknemer betekende dit dat de arbeidsovereenkomst later eindigde en dat hij recht had op een transitievergoeding.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBROT20214836, 9130885 HA VERZ 21- 5641 | 30-05-2021

Bandbreedte uurloon jeugd-LIV 2021

In verband met de verhoging van de minimumjeugdlonen komen werkgevers in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein. Deze tegemoetkoming wordt aangeduid met de term jeugd-lage inkomensvoordeel of jeugd-LIV. Voorwaarde voor de tegemoetkoming is dat de werknemer een gemiddeld uurloon verdient dat binnen een leeftijdsafhankelijke bandbreedte valt. De minister van SZW heeft de grenzen van de bandbreedte van het uurloon voor de toepassing van het jeugd-LIV voor het jaar 2021 vastgesteld. De bedragen zijn afhankelijk van de leeftijd van de werknemer op 31 december 2020.

 Leeftijd bereikt op 31-12-2020  ondergrens  bovengrens
 20 jaar  € 8,43  € 10,48
 19 jaar  € 6,32  € 9,38
 18 jaar  € 5,27  € 7,04
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | nr. 2021-0000068338, Staatscourant 2021, Nr. 25805 | 25-05-2021

Conceptwetsvoorstel wijziging aandelenoptierechten

De staatssecretaris van Financiën heeft een wetsvoorstel tot aanpassing van de fiscale regeling voor aandelenoptierechten ter consultatie gepubliceerd. Doel van de aanpassing is om het aantrekkelijker te maken om aandelenoptierechten als loon te verstrekken aan werknemers. Het heffingsmoment wordt in beginsel verschoven van uitoefening van een aandelenoptierecht naar het moment waarop de verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Als loon wordt de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat moment in aanmerking genomen. Om langdurig uitstel van heffing te voorkomen wordt het heffingsmoment tot maximaal vijf jaar na beursgang van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden uitgesteld. Als de vennootschap bij de uitoefening van het aandelenoptierecht al beursgenoteerd is, wordt het heffingsmoment tot maximaal vijf jaar na de uitoefening uitgesteld. Het loon wordt dan gesteld op de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat moment.

De werknemer krijgt de keuze om al bij de uitoefening van het optierecht loonbelasting te betalen als de aandelen niet direct verhandelbaar zijn.

Als de verkregen aandelen direct verhandelbaar zijn, wordt de waarde in het economische verkeer van de verkregen aandelen als loon in aanmerking genomen. Voor die gevallen wijzigt er in wezen niets.

Per 1 januari 2018 geldt voor start-ups met een S&O-startersverklaring een tegemoetkoming waardoor onder voorwaarden en tot een bepaald maximum slechts 75% van het genoten loon ter zake van een aandelenoptierecht in aanmerking wordt genomen. In de praktijk wordt niet of nauwelijks gebruikgemaakt van deze regeling. Deze niet-toereikend gebleken tegemoetkoming komt per 1 januari 2022 te vervallen en wordt vervangen door de voorgestelde regeling.

Het bestaande heffingsmoment van vervreemding van een aandelenoptierecht blijft bestaan.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 31-05-2021

Startersregeling TVL

De staatssecretaris van EZK heeft de subsidieregeling tegemoetkoming vaste lasten (TVL) voor startende mkb-ondernemingen gepubliceerd. De regeling is inmiddels in werking getreden en vervalt per 1 januari 2022. In een Kamerbrief van 21 januari 2021 is de regeling voor starters aangekondigd. De regeling geldt voor ondernemers, die volgens de inschrijving in het handelsregister zijn gestart tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 en is beperkt tot het eerste kwartaal van 2021.

De startersregeling kent dezelfde afbakening als de TVL. Dit betekent dat de regeling niet geldt voor:

  • financiële instellingen;
  • overheden en extraterritoriale instellingen;
  • huishoudens;
  • publiekrechtelijke rechtspersonen;
  • overheidsbedrijven;
  • bekostigde scholen en instellingen voor beroeps- en hoger onderwijs.

Het omzetverlies moet meer dan 30% bedragen. De vaste lasten moeten minimaal € 1.500 bedragen, net als bij de TVL. Als referentieperiode voor het omzetverlies geldt het derde kalenderkwartaal van 2020 vanwege de versoepelde coronamaatregelen in die periode. Het omzetverlies wordt bepaald door de omzet van het eerste kalenderkwartaal van 2021 te vergelijken met de omzet van de referentieperiode. Subsidies, tegemoetkomingen of andere steun van de overheid in verband met de bestrijding van de coronacrisis maken geen deel uit van de omzet voor de toepassing van deze regeling.

De vaste lasten worden bepaald op een per SBI-code vastgesteld percentage van de omzet. De vaste lastenpercentages per SBI-code zijn dezelfde als bij de TVL. De subsidie bedraagt de referentieomzet maal het omzetverlies in procenten maal het vaste lastenpercentage maal 85%. De subsidie bedraagt maximaal € 124.999 per getroffen startende mkb-onderneming en minimaal € 1.500.

Aanvragen voor deze regeling kunnen vanaf 31 mei 2021 worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) via een daartoe beschikbaar gesteld formulier.

Om het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik van deze regeling te beperken, moeten ondernemingen die tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 zijn ingeschreven en die een subsidie van minimaal € 25.000 aanvragen, een verklaring van een onafhankelijke deskundige aanleveren. De deskundige derde kan deze verklaring onafhankelijk van de aanvrager indienen op het portaal van RVO.nl. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 12 juli. RVO.nl stelt de subsidie direct vast en werkt dus niet met voorschotten. De uiterste datum van subsidievaststelling is 31 december 2021.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | besluit | WJZ/ 21037856, Staatscourant 2021, Nr. 27418 | 27-05-2021

Subsidiemodule Eurostars open tot 15 juni

Eurostars is een subsidieprogramma ter ondersteuning van internationale R&D-samenwerkingsprojecten door het mkb uit alle sectoren. De staatssecretaris van EZK heeft bekendgemaakt dat de subsidiemodule is opengesteld van 1 juni tot en met 15 juni 2021 voor Eurostarsprojecten in de tweede helft van het jaar 2021. Het subsidieplafond bedraagt € 13 miljoen.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | besluit | nr. WJZ/ 21134720 Staatscourant 2021, 26886 | 30-05-2021

TVL startende ondernemers

Ondernemers, die hun bedrijf tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, kunnen vanaf 31 mei een aanvraag indienen voor de TVL. De regeling geldt voor ondernemers in het mkb en zzp’ers met een vestigingsadres, dat afwijkt van het woonadres. Om voor de startersregeling TVL in aanmerking te komen moet een ondernemer in het eerste kwartaal van 2021 30% omzetverlies hebben geleden ten opzichte van het derde kwartaal van 2020. Voor het tweede kwartaal geldt ook voor startende ondernemers de algemene TVL-regeling.

Andere voorwaarde voor de TVL voor startende ondernemers is een bedrag van ten minste € 1.500 aan vaste lasten per kwartaal. Het subsidiepercentage bedraagt 85%. Het maximale subsidiebedrag voor het eerste kwartaal is € 124.999. Bij een subsidiebedrag vanaf € 25.000 is een verklaring van een deskundige nodig bij de aanvraag.

Startende ondernemingen, die deel uitmaken van een groep van ondernemingen, komen niet in aanmerking voor de regeling omdat zij niet als starter worden gezien.

Het aanvraagloket voor de TVL voor startende ondernemers is geopend van 31 mei 2021 om 09.00 uur tot 12 juli 2021 om 17.00 uur.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | besluit | 27-05-2021

BIK vervalt met terugwerkende kracht

De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 ingetrokken. De BIK is daarmee per saldo niet ingevoerd. De aanleiding is dat de Europese Commissie de regeling mogelijk ziet als een vorm van ongeoorloofde staatssteun. Om het budget dat voor de BIK was uitgetrokken toch aan het bedrijfsleven ten goede te laten komen stelt het kabinet voor om de premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) te verlagen, waarschijnlijk per 1 augustus 2021.

Voor intrekking van de BIK is een wetswijziging nodig. Het kabinet heeft een daartoe strekkend wetsvoorstel aan de Raad van State voor advies aangeboden. Daarna zal het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk aan het parlement worden voorgelegd.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2021-0000102544 | 27-05-2021

ADMINISTRATIEKANTOOR ‘S-GRAVENHAGE

Prinses Margrietplantsoen 33
2595 AM Den Haag
Mailbox 225
Tel.: +31(0)85 - 760 3912

Post kan afgegeven worden bij balie business center (3de etage).

Routebeschrijving en parkeren

ADMINISTRATIEKANTOOR AMSTERDAM

Gustav Mahlerplein 2
1082 MA Amsterdam
Tel.: +31(0)85 - 760 3912

Post kan afgegeven worden bij balie begane grond.

Virtuele rondleiding kantoor A'dam

Routebeschrijving en parkeren

ADMINISTRATIEKANTOOR AALSMEER

Aalsmeerderweg 283-42
1432 CN Aalsmeer
Tel.: +31(0)85 - 760 3912

Routebeschrijving bedrijventerrein Aalsmeer

Benefina B.V. maakt onderdeel uit van de Benefina Groep.
- Benefina B.V.
- Benefina Collect B.V.
- iWeb B.V.