Aanmelden
Boekhouder Amsterdam | Boekhouder Aalsmeer | Boekhouder Almere | Boekhouder Den Haag | Boekhouder Rotterdam

Monthly archive for april 2020

Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding 2021

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onlangs het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding 2021 ingediend bij de Tweede Kamer. De Kamer heeft besloten dit wetsvoorstel pas na het zomerreces te behandelen. Dit betekent dat de inwerkingtreding per de beoogde datum 1 januari 2021 niet haalbaar is. De minister heeft de Tweede Kamer meegedeeld dat de beoogde inwerkingtredingsdatum wordt verschoven naar 1 januari 2022. Het wetsvoorstel zal door middel van een nota van wijziging worden aangepast.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | wetsvoorstel | 2020-0000051471 | 20-04-2020

Herzieningsvoorstel box 3 pas na de zomer naar Tweede Kamer

Op 14 juni 2019 heeft de Hoge Raad in een aantal arresten over de vermogensrendementsheffing van box 3 geoordeeld dat deze heffing op stelselniveau in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM) voor zover het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement lager is dan 1,2%. De arresten betreffen de jaren 2013 en 2014. De Hoge Raad heeft niet vastgesteld dat er voor de jaren 2013 en 2014 sprake is van een dergelijke schending omdat niet feitelijk is vastgesteld dat het gemiddeld haalbare rendement lager was dan 1,2%. De arresten gelden ook voor de jaren 2015 en 2016 omdat het box 3-stelsel in die jaren niet is gewijzigd.

Het kabinet heeft drie onafhankelijke juridische deskundigen gevraagd advies te geven over de toepassing van artikel 1 EP EVRM. Daarnaast is het CPB gevraagd om aan te geven welk rendement zonder risico gemiddeld haalbaar was in de jaren 2013 tot en met 2016.

De juridisch deskundigen adviseren de Staat om, als het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement in een van de jaren onder de 1,2% uitkomt, belastingplichtigen waar nodig te compenseren. Het CPB geeft aan dat niet duidelijk is welke cijfers gebruikt dienen te worden voor de berekeningswijze van het gemiddeld haalbare rendement. Op basis van het onderzoek van het CPB is het voor het kabinet niet eenduidig vast te stellen of het zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement in de jaren 2013, 2014, 2015 of 2016 lager is dan 1,2%. Het kabinet streeft ernaar om in het najaar de kabinetsreactie op het advies van de drie deskundigen en de notitie van het CPB aan de Tweede Kamer te sturen. Dat betekent ook dat het wetsvoorstel ter aanpassing van box 3 niet zal worden ingediend voor het zomerreces, zoals eerder was toegezegd.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000078893 | 23-04-2020

Ouderschapsverlof straks deels betaald

Het kabinet heeft een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) naar deeltijdwerk laten uitvoeren. Het rapport van dit onderzoek is, met een reactie van het kabinet, naar de Tweede Kamer gestuurd. Het rapport geeft een overzicht van voor- en nadelen van deeltijdwerk, zowel op individueel als op maatschappelijk niveau. Naar aanleiding van het IBO kondigt het kabinet de invoering van betaald ouderschapsverlof aan. Dat verlof komt in aanvulling op het recent uitgebreide geboorteverlof voor partners. De uitbreiding van het geboorteverlof gaat in op 1 juli 2020. De invoering van betaald ouderschapsverlof zou moeten gebeuren per 21 augustus 2022. Gedurende negen van de huidige 26 weken onbetaald ouderschapsverlof komt er een uitkering van 50% van het dagloon van de werknemer. Dit betaalde ouderschapsverlof moet in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. De huidige regeling van onbetaald ouderschapsverlof gedurende maximaal 26 weken geldt voor de eerste acht jaar van het kind. Een wetsvoorstel met deze regeling zal na de zomer worden ingediend.

Het IBO is aanleiding voor het kabinet om vrijwillige uitbreiding van uren met name bij kleine arbeidscontracten te stimuleren. Vier op de tien vrouwen verdienen onvoldoende om de ondergrens van economische zelfstandigheid te halen. Zij lopen daarmee een risico op armoede. In dat kader gaat het kabinet alternatieven ontwikkelen voor het stelsel van ondersteuning van gezinnen met jonge kinderen. Dat moet ouders stimuleren om actief te blijven op de arbeidsmarkt. De huidige regeling van de kinderopvangtoeslag doet dat niet, aangezien de toeslag daalt met het stijgen van het inkomen. Daarnaast gaat het kabinet beleid richten op openingstijden van kinderopvang en scholen om belemmeringen weg te nemen om meer uren te werken. Samenwerking tussen kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en het onderwijs kan daar aan bijdragen.

Het IBO stelt vier mogelijke beleidsrichtingen voor:

  1. Bevorderen van economische zelfstandigheid. Dit kan door betaald werken aan de onderkant van de arbeidsmarkt lonender te maken en de inkomensondersteuning te verminderen.
  2. Het vergroten van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.
  3. Bevorderen van het totale arbeidsaanbod. Hiertoe moeten maatregelen, die de minstverdienende partner stimuleren om meer te werken, worden gecombineerd met maatregelen waarmee het huishouden ontzorgd wordt.
  4. De verschillen in de belastingdruk tussen een- en tweeverdienershuishoudens moeten worden verkleind. De fiscale instrumenten die zijn gericht op de minstverdienende partner moeten daarvoor afgebouwd worden.

Daarnaast heeft het IBO vier besparingsvarianten uitgewerkt. Dit zijn het verlagen van het kindgebonden budget en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), het afbouwen van de IACK met de leeftijd van het jongste kind, het verlagen van de alleenstaande oudertoeslag in het kindgebonden budget en het afhankelijk maken van de opbouw van de AOW-rechten van het aantal jaren dat iemand meer dan 70% van het wettelijk minimumloon verdient.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000054569 | 28-04-2020

Aanvragen corona-overbruggingslening mogelijk vanaf 29 april

Een van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen ter bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis is een kredietfaciliteit voor startups, scale-ups en innovatieve mkb’ers. Het kabinet heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor overbruggingskredieten aan deze doelgroep. Vanaf 29 april om 09.00 uur kunnen deze bedrijven een aanvraag doen voor een corona-overbruggingslening (COL). De regeling wordt uitgevoerd door de regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Corona-overbruggingslening

De COL is een overbruggingslening onder gunstige condities. De hoogte van de leningen varieert van € 50.000 tot € 2 miljoen. Bij bedragen boven € 250.000 moeten de aandeelhouders of andere investeerders 25% van het gevraagde bedrag inleggen. De rente bedraagt 3% per jaar. De looptijd is drie jaar, met de mogelijkheid van vervroegde aflossing. Het streven is om aanvragen tot € 500.000 binnen vier tot negen werkdagen af te handelen. 

Om in aanmerking te komen voor de COL moeten ondernemers kunnen aantonen dat zij deze lening nodig hebben vanwege de huidige economische situatie en dat zij een duurzaam en gezond toekomstperspectief hebben. Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden toegevoegd:

  • een toelichting op de relatie tussen de coronacrisis en de liquiditeitsbehoefte;
  • de jaarrekeningen van 2018 en 2019;
  • de oorspronkelijke begroting 2020;
  • bestaande leningsovereenkomsten;
  • een businessplan;
  • een actuele liquiditeitsprognose op 12-maands forecastbasis;
  • een toelichting op en specificatie van de maandelijkse burnrate/runway.

De aanvraag van de COL gaat digitaal via https://www.techleap.nl/content/bridgefinancing-portal/

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | 27-04-2020

Uitbreiding doelgroep Tozo

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat de doelgroep van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) wordt uitgebreid. Toegevoegd worden zelfstandigen in grenssituaties en zelfstandige AOW-gerechtigden.

Zelfstandigen in grenssituaties

Ook de in Nederland wonende zelfstandige ondernemer met een bedrijf in een andere EU-lidstaat kan een beroep doen op de Tozo als voorziening in zijn levensonderhoud. De ondernemer die in een andere EU-lidstaat woont en een bedrijf in Nederland heeft, kan met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Voor levensonderhoud dient deze ondernemer zich te melden in zijn woonland. De staatssecretaris wil één gemeente aanwijzen waar deze groep ondernemers de aanvraag kan indienen voor bedrijfskapitaal. 

AOW-gerechtigde zelfstandigen

AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Tot nu toe was deze groep ondernemers uitgesloten van de Tozo.

Verrekening van inkomsten met de Tozo

Alleen inkomen dat betrekking heeft op de periode waarover Tozo wordt aangevraagd zal worden verrekend met de uitkering. Bij inkomen uit arbeid gaat het om de periode waarin de arbeid is verricht. Met een factuur voor werk in februari, die betaald wordt in maart, wordt geen rekening gehouden bij het bepalen van de Tozo-uitkering.

De grenswerkers en AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen een beroep doen op de Tozo nadat de aangepaste ministeriële regeling is gepubliceerd.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000058604 | 23-04-2020

Aanvullende fiscale maatregelen coronacrisis

De staatssecretaris van Financiën heeft zes nieuwe belastingmaatregelen aangekondigd ter bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis. De maatregelen zijn met name gericht op het geven van financiële ruimte aan bedrijven en ondernemers. Daarnaast is een maatregel voor particulieren met een eigen woning aangekondigd. Het gaat om de volgende maatregelen:

  1. Verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling
  2. Versoepeling van het urencriterium voor zelfstandigen
  3. Verruiming van de werkkostenregeling
  4. De invoering van een coronareserve in de vennootschapsbelasting
  5. Uitstel van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel excessief lenen
  6. Een betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

1. Gebruikelijk loon

Dga’s van wie de bv door de coronacrisis met een omzetdaling wordt geconfronteerd, mogen uitgaan van een lager gebruikelijk loon dan volgens de wettelijke regeling. De toegestane verlaging staat in verhouding tot de omzetdaling. Als gevolg van de verlaging hoeft de bv minder loonheffing in te houden en af te dragen.

2. Versoepeling urencriterium

Ondernemers die voldoen aan het urencriterium hebben recht op de ondernemersaftrek, waaronder de zelfstandigenaftrek. Het urencriterium houdt in dat een ondernemer ten minste 1.225 uur per jaar aan zijn onderneming besteedt. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op ondernemersaftrek verliezen geldt als fictie dat een ondernemer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 24 uur per week aan de onderneming heeft besteed. Voor seizoensafhankelijke ondernemers zal worden geregeld dat zij ook onder de versoepeling vallen.

3. Verruiming werkkostenregeling

De vrije ruimte van de werkkostenregeling voor onbelaste vergoedingen aan werknemers wordt eenmalig verhoogd van 1,7 naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom.

4. Coronareserve

De coronareserve is een fiscale reserve die het mogelijk maakt om bij de bepaling van de winst over 2019 rekening te houden met verliezen die bedrijven in 2020 verwachten te lijden. De coronareserve geldt alleen voor bedrijven die onder de vennootschapsbelasting vallen. de coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019.

5. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel excessief lenen

Het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap moet voorkomen dat een dga door geld te lenen van zijn bv belastingbetaling uitstelt. De invoering van dat wetsvoorstel wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023.

6. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Voor de aftrekbaarheid van hypotheekrente voor de eigen woning geldt sinds 2013 een aflosverplichting op de schuld. Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden van een betaalpauze voor rente en aflossing van maximaal zes maanden. Anders dan volgens de wettelijke regeling hoeft de door de betaalpauze opgelopen aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te zijn ingelopen om verlies van renteaftrek te voorkomen. De achterstand kan worden ingelopen in de resterende looptijd van de lening. In plaats daarvan kan de klant ervoor kiezen om de resterende lening te splitsen. Dat maakt het mogelijk om de achterstand in een afwijkende periode dan de resterende looptijd in te lopen.

Voor zover de aangekondigde maatregelen wettelijk geregeld moeten worden zullen zij worden opgenomen in het Belastingplan 2021. Daarop vooruitlopend wordt de uitwerking opgenomen in een goedkeurend beleidsbesluit. De maatregelen, die niet wettelijk geregeld hoeven te worden, worden zo spoedig mogelijk uitgewerkt in een beleidsbesluit.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000080433 | 23-04-2020

Aanpassingen regeling tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS)

De minister en de de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat hebben een aangepaste versie van de regeling tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS) gepubliceerd. De oorspronkelijke regeling is op 31 maart 2020 met terugwerkende kracht tot en met 27 maart 2020 in werking getreden. De regeling bestaat uit een tegemoetkoming van € 4.000 voor andere vaste lasten dan personeelskosten. Voorwaarde voor de tegemoetkoming is een verwacht omzetverlies tussen 16 maart en 15 juni 2020 van ten minste € 4.000 en een gelijk bedrag aan vaste lasten, na aftrek van andere steunmaatregelen.

Het aantal sectoren dat voor de eenmalige tegemoetkoming in aanmerking komt is enkele malen uitgebreid. Voor een aantal nieuwe sectoren worden aanvullende voorwaarden gesteld. Daarnaast is een algemene uitzondering opgenomen op de eis dat een onderneming ten minste één vestiging moet hebben op een ander adres dan het privéadres van de eigenaar.

Tot de direct gedupeerde ondernemingen behoren alle sectoren waarvan aannemelijk is dat deze direct door de overheidsmaatregelen getroffen worden. Het gaat dan om gedwongen sluiting, het verbod op het organiseren van bijeenkomsten en evenementen, het negatieve reisadvies, het dringende advies om zoveel mogelijk thuis te blijven en de eis om minimaal 1,5 meter afstand te houden, en maatregelen van regionale overheden zoals de sluiting van markten. De ondernemingen dienen omzetverlies te lijden als direct gevolg van het wegblijven van consumenten of het niet meer kunnen uitoefenen van de hoofdactiviteit.

Gedupeerde agrarische recreatieondernemingen

Onder de direct gedupeerde ondernemingen vallen ook agrarische ondernemingen met een nevenactiviteit op het gebied van recreatie. Voor deze ondernemingen geldt dat het verwachte omzetverlies en de verwachte vaste lasten van ten minste € 4.000 betrekking moeten hebben op de nevenactiviteit.

Toeleveranciers

Aan de lijst met gedupeerde ondernemingen zijn sectoren toegevoegd die vrijwel uitsluitend leveren aan direct gedupeerde ondernemingen of die voor hun omzet grotendeels afhankelijk zijn van door de overheid ontraden of verboden activiteiten. Het betreft onder meer de groothandel in retail en horeca, fotografen en uitzendbureaus voor de evenementensector en horeca. Voor deze groep geldt als aanvullende voorwaarde een verklaring dat de onderneming voor 70% of meer van zijn omzet afhankelijk is van direct gedupeerde ondernemingen.

Gedupeerde zorgondernemingen

Voor gedupeerde zorgondernemingen geldt dat er in veel gevallen tegemoetkomingen worden verstrekt door zorginkopers ter compensatie van het omzetverlies. Deze ondernemingen komen alleen in aanmerking voor een tegemoetkoming indien het omzetverlies en de vaste lasten na aftrek van de tegemoetkoming(en) ten minste € 4.000 bedragen. Hierover dienen gedupeerde zorgondernemingen bij de aanvraag een verklaring in te dienen. Thuiszorgwinkels vallen onder de gedupeerde zorgondernemingen. Onder de SBI-code voor thuiszorgwinkels vallen echter ook andere ondernemingen. Thuiszorgwinkels dienen bij de aanvraag te verklaren dat de onderneming een thuiszorgwinkel is.

Uitzondering op de vestigingseis

Aanvankelijk waren alleen horecaondernemingen uitgezonderd van de vestigingseis. Daar zijn ondernemingen aan toegevoegd in andere sectoren als sprake is van een fysiek van de woning afgescheiden vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten. De fysiek afgescheiden vestiging moet een eigen opgang of toegang hebben. Bij de aanvraag moet een bewijs meegestuurd worden waaruit dat blijkt.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | besluit | Staatscourant Nr. 22337, nr. WJZ/ 20090602 | 15-04-2020

Kamermoties verruiming verliesverrekening vennootschapsbelasting

Het verrekenen van een verlies in de vennootschapsbelasting kan met de winst van het voorgaande jaar en met de winsten van de zes volgende jaren. In de Tweede Kamer zijn twee moties ingediend die betrekking hebben op verruiming van de mogelijkheden van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting. De staatssecretaris van Financiën heeft aan de Kamer meegedeeld dat in het onderzoek naar mogelijke maatregelen om bedrijven te ondersteunen, zodat banen behouden kunnen blijven, ook wordt gekeken naar aanpassing van de verliesverrekening.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000073925 | 21-04-2020

Samenloop NOW en loonkostensubsidie

De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) bevat de verplichting voor werkgevers die een loonkostensubsidie ontvangen voor mensen met een arbeidsbeperking om de toekenning van de NOW-subsidie te melden aan de gemeente. Deze verplichting was bedoeld om dubbele financiering van loonkosten van deze doelgroep te voorkomen. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er inmiddels van doordrongen dat verrekening van de NOW-subsidie met de loonkostensubsidie moeilijk uitvoerbaar is. De staatssecretaris heeft daarom besloten om te accepteren dat de loonkosten van mensen met een arbeidsbeperking dubbel worden gesubsidieerd. De verplichting voor werkgevers om de toekenning van subsidie op grond van de NOW te melden komt te vervallen.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000052676 | 09-04-2020

Verlenging termijn aanvraag doelgroepverklaring LKV

Het loonkostenvoordeel (LKV) is een tegemoetkoming voor werkgevers die een of meer werknemers in dienst nemen uit doelgroepen die lastig aan werk komen. De doelgroepen van het LKV zijn:

  • oudere werknemers met een uitkering;
  • werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
  • werknemers met een arbeidsbeperking
  • arbeidsongeschikte werknemers, die herplaatst worden.

Doelgroepverklaring nodig

Om het LKV te ontvangen heeft de werkgever een kopie van de doelgroepverklaring van de werknemer nodig. De werknemer kan deze aanvragen bij het UWV, maar is niet verplicht om een doelgroepverklaring aan te vragen. De reguliere termijn voor het aanvragen van een doelgroepverklaring is drie maanden, te rekenen vanaf het moment waarop de werknemer in dienst is getreden bij de werkgever.

Termijnverlenging

Als gevolg van de coronacrisis is de termijn voor het aanvragen van een doelgroepverklaring voor het LKV tijdelijk met drie maanden verlengd. Deze termijnverlening geldt voor alle doelgroepverklaringen die worden aangevraagd voor dienstverbanden die zijn gestart tussen 1 januari 2020 en 1 juni 2020. De reden voor de termijnverlenging is dat het ten gevolge van de coronacrisis niet altijd lukt om de aanvraag op tijd te doen.

Bron: Overig | publicatie | 21-04-2020

Aanpassingen coronamaatregelen van ministerie SZW

De minister en de staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid hebben enkele aanpassingen aangekondigd van de coronamaatregelen die onder het bereik van dit ministerie vallen. Het gaat om de volgende zaken:

  1. Toepassing van de NOW bij concerns.
  2. Een aanvullend vangnet voor flexwerkers
  3. Een regeling voor seizoenswerk.
  4. Toepassing van de premiedifferentiatie op overwerk.
  5. Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen.

Ad 1) Toepassing van de NOW bij concerns

De NOW omvat een tegemoetkoming in de loonkosten van personeel bij een omzetverlies van 20% of meer. Voor concerns bestaande uit meerdere vennootschappen geldt de eis van het omzetverlies voor het gehele concern. De regeling wordt nu zodanig aangepast, dat bij concerns met minder dan 20% omzetverlies individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de eigen omzetdaling. Om misbruik van de regeling te voorkomen, worden aan deze verruiming extra voorwaarden verbonden. Deze zijn achtereenvolgens:

  • De werkmaatschappij moet een rechtspersoon zijn.
  • Het concern mag over het jaar 2020 geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dat geldt tot met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.
  • De werkmaatschappij moet een overeenkomst hebben met de vakbonden of de werknemersvertegenwoordiging over werkbehoud.
  • Er mag binnen het concern geen personeels-bv zijn. Is dat wel het geval, dan moet worden uitgegaan van de omzetdaling op concernniveau.

Er komen controlewaarborgen om oneigenlijk gebruik te voorkomen.

Ad 2) Een aanvullend vangnet voor flexwerkers. 

Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden voor de invoering van een vangnetregeling voor flexwerkers. Details van de voorgenomen regeling zijn nog niet bekend. Het betreft een tijdelijke en uitvoerbare regeling voor flexwerknemers die sinds 1 maart hun baan zijn kwijtgeraakt, maar niet in aanmerking komen voor een uitkering. 

Ad 3) Seizoenswerk.

De NOW biedt voor veel vormen van seizoenswerk geen oplossing. Voor die groep is een aparte regeling nodig. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om ook voor seizoenswerk een oplossing te kunnen bieden.

Ad 4) Overwerk en premiedifferentiatie.

Volgens de wet moet voor vaste werknemers, die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt, de hoge WW-premie worden afgedragen. De bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben bekendgemaakt dat deze bepaling voor het jaar 2020 voor alle werkgevers wordt opgeschort. Dat betekent dat ook bij meer dan 30% overwerk de lage WW-premie van toepassing is in dit kalenderjaar.

Ad 5) Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen.

Een kleine groep werkgevers heeft toestemming gekregen om werktijdverkorting toe te passen in verband met de coronacrisis. Door toepassing van de regeling werktijdverkorting gaat het loon feitelijk omlaag. Dit kan een probleem opleveren voor bijvoorbeeld kennismigranten. Voor deze groep geldt een salariscriterium. Mocht het loon door de werktijdverkorting dalen beneden het salariscriterium, dan zal aan de werkgever geen boete worden opgelegd wegens illegale arbeid omdat de uitzondering op de tewerkstellingsvergunningverplichting niet meer van toepassing is.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000057033 | 21-04-2020

Specifieke steunmaatregel sierteelt en voedingstuinbouw

Specifieke steun sierteelt en voedingstuinbouw

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft aan de Tweede Kamer meegedeeld dat er voor de sierteelt en de voedingstuinbouw een specifieke steunregeling komt. Ondernemers in deze sectoren, die te kampen hebben met een forse omzetderving in de maanden april, mei en juni, komen in aanmerking voor een financiële compensatie voor onvermijdelijke seizoensgebonden loonkosten. Uitgangspunt is dat de eerste 30% van de omzetderving voor rekening van de ondernemer is. De staat compenseert de resterende 70% voor een aanzienlijk deel.

Ook voor telers van fritesaardappelen komt een compensatieregeling. Zij worden gecompenseerd voor de hoeveelheid fritesaardappelen die zij in opslag hebben liggen. De vergoeding wordt vastgesteld op basis van 1 miljoen ton aardappelen, die niet meer verwerkt kunnen worden tot frites dit seizoen. De vergoeding bedraagt 40% van de gemiddelde marktwaarde over de periode september 2019 tot en met februari 2020.

Verruiming van de Borgstelling MKB-landbouwkredieten

Ook visserij- en aquacultuurbedrijven die kampen met liquiditeitsproblemen door de coronacrisis kunnen gebruik maken van een tijdelijke verruiming van de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten voor tijdelijke kredietfaciliteiten. De regeling houdt in dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit borg staat voor door de banken verleende kredieten. Deze maatregel geldt met terugkerende kracht vanaf 18 maart 2020. De provisie die de overheid rekent voor de regeling is met terugkerende kracht gehalveerd voor bedrijven in de primaire land- en tuinbouw en in de visserij en aquacultuur. De provisie is verlaagd van 3 naar 1,5%. Voor startende ondernemers en voor overnemers is de provisie verlaagd van 1 naar 0,5%.

Bron: Ministerie van Landbouw | publicatie | DGA / 20117240 | 14-04-2020

Aanbiedingsplicht bij verkoop woning geen reden voor verlaging eigenwoningforfait

Een eigen woning is de onroerende zaak die de eigenaar anders dan tijdelijk ter beschikking staat als hoofdverblijf. De belastbare inkomsten uit eigen woning zijn de voordelen uit eigen woning verminderd met de aftrekbare kosten. De voordelen uit eigen woning bestaan uit het zogenaamde eigenwoningforfait. Dat is een percentage van de WOZ-waarde van de woning.

In een procedure voor Hof Den Bosch was de vraag aan de orde of de belanghebbende recht had op vermindering van het eigenwoningforfait. De belanghebbende baseerde zijn aanspraak op vermindering op de aanbiedingsplicht die hij bij de aankoop van de woning had geaccepteerd. Op grond van deze aanbiedingsplicht had de oorspronkelijke verkoper het recht de woning te kopen voor 50% van de waarde in het economisch verkeer. De belanghebbende had de woning met eenzelfde korting gekocht.

De eigenwoningregeling is gebaseerd op het uitgangspunt dat een belastingplichtige op zijn eigen woning een rendement in natura ontvangt in de vorm van woongenot. De omvang van het woongenot wordt niet verminderd door een beperking van de vervreemdingsbevoegdheid, zoals de aanbiedingsplicht. Het hof zag geen aanleiding om het eigenwoningforfait voor de belanghebbende te matigen.

Bron: Hof Den Bosch | jurisprudentie | ECLINLGHSHE2020500, 19/00271 | 12-02-2020

Waardering grond op openingsbalans

Bij het einde van een onderneming moet de ondernemer afrekenen met de Belastingdienst over de in de onderneming aanwezige meerwaarde.  Voor zover het bezittingen van de onderneming betreft bestaat de meerwaarde uit het verschil tussen de verkoopopbrengst of de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de bezitting.

In een procedure bij de Hoge Raad was de boekwaarde van landbouwgrond in geschil. Omdat op grond niet wordt afgeschreven, betrof de discussie de waardering van de grond op de openingsbalans van de ondernemer. De grond was in verpachte staat aangekocht door de echtgenote van een landbouwer. Aanvankelijk verpachtte zij de grond aan haar echtgenoot. Per 31 december 2000 werd de nog lopende pachtovereenkomst beëindigd zonder enige vergoeding voor de pachter. De onderneming werd voortgezet in een maatschap tussen beide echtgenoten. De vrouw bracht het recht van gebruik en genot van de grond in. Zij rekende de grond tot haar buitenvennootschappelijke ondernemingsvermogen. Op de openingsbalans per 1 januari 2001 werd de grond opgenomen voor de waarde in vrij opleverbare staat.

Naar het oordeel van de Hoge Raad was dat niet terecht. Volgens de maatschapsakte kwam aan de echtgenoot het gebruiksrecht van de grond toe. Dat gebruiksrecht had een waardedrukkend effect. Dit waardedrukkende effect was aanwezig op het moment waarop de grond tot het buitenvennootschappelijke ondernemingsvermogen van de echtgenote ging behoren omdat de grond toen niet meer in vrij opleverbare staat verkeerde. De waarde van de grond op de openingsbalans is gesteld op 50% van de waarde vrij opleverbaar

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2020628, 18/02575 | 09-04-2020

Rapport commissie belastingheffing van multinationals

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën een commissie van deskundigen ingesteld die moet adviseren over maatregelen om de belastingheffing over winsten van multinationals eerlijker te maken. De commissie adviseert om structureel meer gegevens te verzamelen om het inzicht in de belastingafdracht van multinationals te vergroten. De commissie benadrukt het belang van Nederland om voorop te lopen in de internationale samenwerking op het gebied van winstbelastingen. Tot slot beveelt de commissie een “basisvariant” van eenzijdige grondslagverbredende maatregelen aan.

De commissie benadrukt het belang van stabiliteit en voorspelbaarheid van de fiscale regelgeving voor een eerlijke belastingheffing. De commissie heeft een vijftal zaken onderzocht:

  1. Het belang van de vennootschapsbelasting voor het vestigingsklimaat.
  2. De verhouding van de Nederlandse vennootschapsbelasting tot de winstbelasting in andere landen.
  3. De verandering van de vennootschapsbelastingopbrengsten in de tijd en in verhouding tot andere landen.
  4. Hoeveel vennootschapsbelasting multinationals in Nederland betalen in verhouding tot andere soorten bedrijven.
  5. Welke knelpunten in de vennootschapsbelasting kunnen bijdragen aan een onevenwichtige belastingafdracht van multinationals.

Internationale samenwerking is volgens de commissie de belangrijkste weg naar een goed functionerend internationaal belastingsysteem. In dat systeem moet belastingconcurrentie tussen landen aan banden worden gelegd.

Unilaterale beleidsopties voor Nederland

De commissie adviseert een “basisvariant” van maatregelen om de grondslag in de vennootschapsbelasting te verbreden. De commissie heeft daarbij twee doelstellingen gehanteerd.

  1. Het creëren van een ondergrens in de vennootschapsbelasting voor bedrijven met winstgevende activiteiten in Nederland.
  2. Het elimineren van verschillen ("mismatches") met het buitenland.

De basisvariant omvat de volgende maatregelen:

  1. Beperking van de verrekening van verliezen uit voorgaande jaren tot maximaal 50% van de belastbare winst, in combinatie met een onbeperkte verliesverrekeningstermijn.
  2. Beperking van de aftrek van aandeelhouderskosten tot een maximum percentage van de belastbare winst.
  3. Beperking van de aftrek van royalty’s tot een maximum percentage van de belastbare winst.
  4. Beperking van de aftrek van rente en aandeelhouderskosten en eventueel royalty’s gezamenlijk tot een maximum percentage van de belastbare winst.
  5. Maak de bestaande CFC-regels effectiever door uitgekeerde winsten te belasten en de uitzondering voor wezenlijke economische activiteiten aan te passen.
  6. Pas het arm’s-lengthbeginsel niet toe indien dit beginsel leidt tot een verlaging van de belastbare winst in Nederland als het andere land dat bij de transactie betrokken is de correctie niet in haar grondslag betrekt.
  7. Beperk de afschrijving op vermogensbestanddelen die binnen een concern zijn overgedragen voor zover het gaat om stille reserves die bij de overdracht niet voldoende belast zijn geweest.

Naast de basisvariant heeft de commissie enkele aanvullende maatregelen voorgesteld.

  1. Aanscherpen van de earningstrippingmaatregel door de aftrekbare rente te verlagen van 30 naar 25% van de EBITDA.
  2. Beperking van de aftrek van rente die samenhangt met de aankoop van deelnemingen.
  3. Uitbreiding van de aftrekbeperking van rente naar royalty- en huurbetalingen
  4. Beperking van de aftrekbaarheid van alle betalingen binnen concern die in het ontvangende land onvoldoende belast zijn.
  5. Uitbreiding van de bestaande CFC-maatregel naar actieve inkomsten.
  6. Invoering van een niet-conditionele bronheffing op rente en royalty’s.
Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 14-04-2020

ADMINISTRATIEKANTOOR ‘S-GRAVENHAGE

Prinses Margrietplantsoen 33
2595 AM Den Haag
Mailbox 225
Tel.: +31(0)85 - 760 3912

Post kan afgegeven worden bij balie business center (3de etage).

Routebeschrijving en parkeren

ADMINISTRATIEKANTOOR AMSTERDAM

Gustav Mahlerplein 2
1082 MA Amsterdam
Tel.: +31(0)85 - 760 3912

Post kan afgegeven worden bij balie begane grond.

Virtuele rondleiding kantoor A'dam

Routebeschrijving en parkeren

ADMINISTRATIEKANTOOR AALSMEER

Aalsmeerderweg 283-42
1432 CN Aalsmeer
Tel.: +31(0)85 - 760 3912

Routebeschrijving bedrijventerrein Aalsmeer

Benefina B.V. maakt onderdeel uit van de Benefina Groep.
- Benefina B.V.
- Benefina Collect B.V.
- iWeb B.V.